Wat de politiek wil met onderwijsvrijheid #verkiezingsblog

4 maart 2021
Het onderwijs komt in deze verkiezingscampagne nogal eens naar voren. Meerdere partijen proberen zich te onderscheiden op hun plannen voor het onderwijs. Maar hoe wordt er nu werkelijk gedacht over de vrijheid van onderwijs?

In het Reformatorisch Dagblad van 2 maart 2021 is door Gerard Vroegindeweij al een doorsnede gegeven van de verschillende verkiezingsprogramma’s op dit thema.

Acceptatieplicht

Bij het naast elkaar leggen van de verkiezingsprogramma’s valt op dat de niet-christelijke partijen (met uitzondering van PVV, FvD en verwante partijen) zich uitspreken vóór een acceptatieplicht: scholen moeten alle leerlingen accepteren waarvan de ouders de grondslag respecteren. We zien hierin het beeld terug dat deze partijen niet meer zozeer rekening houden met het belang om één lijn te kunnen trekken in onderwijs en opvoeding. Zij hechten er meer belang aan dat de school ‘aansluit bij de samenleving’, dan dat de school aansluit bij het gezin.

GroenLinks en SP gaan nog verder door ook voor te stellen dat scholen alle leraren moeten aannemen, ongeacht identiteit. Zij zien de scholen allemaal vooral als staatsscholen, met een ideaal van ‘open en inclusief’ naar iedereen.

Seksuele diversiteit

De SGP is de meest duidelijke voorstander van de vrijheid om identiteit op school vorm te geven, ook op het maatschappelijk gevoelige thema van seksuele diversiteit:

“Bijzondere scholen dienen bij het toelaten van leerlingen en het benoemen van personeel eisen te kunnen (blijven) stellen die nodig zijn om recht te doen aan de identiteit van de school.”

En:

“Het is niet aan de inspectie om te beoordelen of scholen de juiste opvattingen hebben, bijvoorbeeld over het klimaat of seksuele diversiteit.”

Ook ChristenUnie en CDA willen de onderwijsvrijheid behouden, waarbij het CDA ook wel weer stelt dat het gelijkheidsbeginsel toch ook door scholen gerespecteerd moet worden.

Ruimte voor eigen Bijbelse opvattingen?

We zien hier een spectrum van, aan de ene kant: ‘de overheid bepaalt alles in het onderwijs’, en aan de andere kant: ‘scholen geven zelf hun identiteit vorm, om bij de opvoeding van ouders aan te sluiten’. Ten tweede zien we een spectrum van, aan de ene kant: ‘lhbti-rechten zijn het belangrijkste grondrecht’, naar: ‘ook de respectvolle Bijbelse opvatting over seksualiteit mag op school onderwezen worden’. De plek waar partijen op deze twee spectra zitten, bepaalt hoe ze denken over onderwijsvrijheid.

Omdat het politieke draagvlak afbrokkelt, is het goed om in een volgende verkiezingsblog te kijken naar welke redenen er zijn om vast te houden aan de vrijheid voor het onderwijs op gereformeerde grondslag. En hoe dit functioneert binnen de rechtstaat.

Dit is het tweede deel van een serie blogs in verband met de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. In de volgende aflevering: Zo beschermt de rechtstaat de onderwijsvrijheid

Lees ook onze kernboodschap die we over dit thema laten horen.

Mr. drs. J. (Jaco) van den Brink
Onderwijsadvocaat
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

18 juni 2021

Kwaliteitscertificering Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum verlengd

Na onderzoek door certificeringsinstelling CIIO heeft de Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum opnieuw verlenging van het ISO 9001-2015 certificaat verkregen voor de periode van drie jaar.

Lees verder
18 juni 2021

Slob: Veiligheid leerling uiteindelijk bepalend

Als de identiteit en voorschriften van de school botsen met de identiteit en de gelijkwaardigheid van leerlingen, ‘dienen we onverkort voor de leerlingen te gaan staan.’ De veiligheid van leerlingen – ook van transgender leerlingen – ‘moet uiteindelijk bepalend zijn.’

Lees verder