VBSO: Onderwijsraad legt vinger op de zere plek

5 oktober 2021
De Onderwijsraad adviseert de overheid en het onderwijs zich te houden aan de rechtstaat. De overheid dient te waken voor het geven van een eigen -levensbeschouwelijke- invulling aan de wetgeving. En scholen moeten de onderwijsvrijheid niet als vrijblijvendheid beschouwen. Deze twee zaken roepen waardering op bij de VBSO. Tegelijk pleit de VBSO ervoor te waken om kinderen een ‘keuzemenu’ aan wereldvisies voor te leggen. Ouders kiezen bewust voor onze scholen om hun kinderen te laten vormen op basis van Bijbelse waarden en normen.

Dit stelt de VBSO in een reactie op het advies van de Onderwijsraad
“Grenzen stellen, ruimte laten. Artikel 23 Grondwet in het licht
van de democratische rechtsstaat”, d.d. 5 oktober 2021

Geef kinderen onderwijs om ze te vormen tot verantwoordelijke burgers. Rust ze toe vanuit richtinggevende, Bijbelse waarden. Met als doel om God naar Zijn Woord te dienen en het goede te zoeken voor alle medeburgers. Zo willen de scholen van de VBSO – in aansluiting bij de opvoeding van de betrokken ouders – het onderwijs vormgeven.

Het pleidooi van de Onderwijsraad is om de democratische rechtsstaat meer centraal te stellen, bij onderwijsvrijheid én overheidszorg. Als VBSO zien we dit als een behartigenswaardig advies. De Onderwijsraad stelt een overtuigende afbakening voor van het begrip ‘democratische rechtsstaat’. Als we kijken naar onderstaand citaat, dan zou het goed zijn als ook de politiek dit uitgangspunt zeer serieus zou nemen:

“De raad vindt dat de democratische rechtsstaat als kader en de onderwijswetgeving niet te zeer invulling mogen krijgen vanuit een bepaalde ideologische achtergrond, een  bepaald mens- en maatschappijbeeld, één visie op ‘het goede leven’. Een brede invulling van democratische uitgangspunten raakt al snel aan levensbeschouwelijke en pedagogische opvattingen. Het is dus zaak het kader te beperken tot echt noodzakelijke spelregels van een hogere orde. Alleen zo kan het een gedeeld kader voor de hele samenleving zijn en blijven.” (p. 21)

Ook onderschrijven we de visie van de Onderwijsraad dat scholen altijd een bepaald venster hanteren, en dat er juist in deze tijd ruimte moet zijn voor (heel) verschillende levensbeschouwelijke vensters. Zo moet er bijvoorbeeld ook ruimte zijn voor scholen die een denominatief toelatingsbeleid willen voeren.

Terecht benadrukt de Onderwijsraad ook dat de onderwijsvrijheid niet vrijblijvend kan zijn: het is belangrijk dat alle scholen er gedreven werk van maken om de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat in het onderwijs een plek te geven. Het is ook van belang dat scholen de rechtsstatelijke buitengrenzen respecteren. In dit verband rijst bij ons wel de vraag waarom de Onderwijsraad zoveel nadruk legt op de “gemeenschappelijke kern” en op de “buitengrenzen”, terwijl we het erover eens zijn dat er een aanzienlijk speelveld ligt om vanuit de eigen identiteit van de school het (burgerschaps)onderwijs vorm te geven, en ook die gemeenschappelijke kern te benaderen. De Onderwijsraad lijkt soms wat op twee gedachten te hinken, enerzijds vertrouwen in de scholen als uitgangspunt, anderzijds een risicobenadering waarbij de overheid vooral de eisen en grenzen moet bewaken alsof controle altijd beter is. Wat ons betreft is er alle reden voor duidelijke keuze voor een vertrouwensbenadering. Wel stelt de Onderwijsraad hierbij terecht dat de wettelijke eisen en grenzen vooral duidelijk moeten zijn. Vaagheid is geen vrijheid.

Verder benadrukt de Onderwijsraad – opnieuw terecht – dat de kinderen niet alleen iets mee kunnen krijgen vanuit de eigen opvatting van de school. Kinderen moeten ook weten hoe er verder in de samenleving gedacht wordt over bijvoorbeeld geloof, relaties en seksualiteit. En elk kind zal uiteindelijk zelf keuzes maken. Tegelijkertijd kunnen we kinderen niet zien als autonome wezens, zij ontwikkelen zich aan de hand van hun omgeving en hebben vorming nodig. Dit moet een veilige omgeving zijn, dus zonder druk of straf als er andere keuzes gemaakt worden, maar wel met respect voor de schoolregels. Een waarden-eenheid, gebaseerd op de Bijbel, in opvoeding en onderwijs is dan van belang. Voor ons een hoge opdracht.

Lees ook onze reactie in het Reformatorische Dagblad.

A.R. (Arno) Bronkhorst MME
Bestuurder
Stel een vraag
Mr. drs. J. (Jaco) van den Brink
Onderwijsadvocaat
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

30 november 2021

Reactie VBSO en VGS op experiment onderwijszorgarrangementen

Het ministerie van OCW en het ministerie van VWS willen de combinatie onderwijs en zorg voor jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte beter regelen. De regering heeft daarom als concept het Besluit experiment onderwijszorgarrangementen ter inzage gelegd.

Lees verder
22 november 2021

Slob: Veiligheidsbeleid moet van papier af komen

Dankzij de Wet veiligheid op school staat sociale veiligheid bij alle scholen op het netvlies. Vrijwel allemaal hebben ze op papier hun beleid op orde. Maar dat beleid moet nu ‘van het papier af komen en onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.’

Lees verder