Tijdelijke regeling groot onderhoud

28 juni 2019
Moet de opbouw van de voorziening groot onderhoud gewijzigd worden?

De gewijzigde Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ) gaan uit van het gelijkmatig opbouwen van de voorziening groot onderhoud per gebouw én per onderhoudscomponent tussen de momenten van het uitvoeren van het groot onderhoud (onderhoudscyclus). Veel besturen die gebruik maken van een voorziening groot onderhoud hanteren echter een methodiek waarbij de kosten van het gehele onderhoudsplan van de onderwijspanden (en niet per component) worden bepaald en deze vervolgens worden gedeeld door de looptijd van het onderhoudsplan. Deze systematiek leidt ertoe dat er jaarlijks een min of meer gelijkblijvende dotatie aan de voorziening groot onderhoud wordt gedaan, maar dat deze te laag of te hoog van omvang kan zijn in vergelijking met de RJ methodiek. Er wordt namelijk geen rekening gehouden met individuele onderhoudscomponenten met onderhoudscycli die doorlopen tot na de periode van het huidige onderhoudsplan.

Het ministerie van OCW heeft eerder al aangekondigd een tijdelijke aanpassing van de RJO (Richtlijnen Jaarverslaggeving Onderwijs) te willen doorvoeren, om tijd te creëren voor nader overleg met de betrokken partijen over de ontstane verschillen van interpretatie van de richtlijnen en om de scholen de tijd te geven zich te bezinnen op een correcte toepassing van de richtlijnen. Met de huidige wijzigingen van de RJO is dit nu formeel geregeld. Er is een nieuw lid aan artikel 4 toegevoegd dat als volgt luidt: RJO – artikel 4 lid 1c

In afwijking van hoofdstuk 212 Materiële vaste activa, paragraaf 4, alinea 451, van de richtlijnen is het voor onderwijsinstellingen voor de boekjaren 2018 en 2019 toegestaan de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat, voor zover deze methode reeds in 2017 werd toegepast en indien is gewaarborgd dat de voorziening groot onderhoud gedurende de planperiode niet op enig moment negatief wordt. De onderwijsinstelling die gebruikmaakt van deze tijdelijke regeling vermeldt dit in haar jaarrekening.

Instellingen die gebruik willen maken van de overgangsregeling moeten dus in de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling melding maken van het feit dat gebruikgemaakt wordt van de overgangsregeling zoals verwoord in de RJO artikel 4 lid 1c in de grondslagen.

drs. R. A. (Rein) van der Garde
Coördinator bestuurlijk-juridisch advies
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

Belenen en beleggen

Valt het deposito van de spaarrekening bij een bank ook onder de regeling Belenen en beleggen?

Lees verder
26 maart 2019

Een pseudoniem voor elke leerling: is de ECK iD gewenst?

Moet een educatieve uitgever de naam van een leerling weten? Wat is een Keten ID en is het raadzaam om hier als school aan mee te doen? Kort gezegd: feitelijk is de ECK iD (of Keten iD) een pseudoniem voor de leerling wat de school kan gebruiken om daarmee leerlinggegevens bij uitgeverijen beter te kunnen beschermen. In dit artikel leggen we uit wat het inhoudt, en of het wenselijk is om het als school te gaan gebruiken.

Lees verder