Signaleringswaarde normatief eigen vermogen

2 juli 2020
Deze week is een rapport gepubliceerd waarin een formule wordt voorgesteld om aan te duiden wanneer de reserves zo groot zijn hiervan verantwoording moet worden gegeven: de signaleringswaarde. Is die verantwoording niet overtuigend, dan beschouwt de Inspectie de reserves als bovenmatig.

Vanuit het Ministerie en de Inspectie is er onderzoek gedaan naar een manier om aan te duiden wanneer een schoolbestuur wellicht teveel vermogen heeft. Vanuit de overheid en de Inspectie wordt namelijk gesteld dat het niet wenselijk is als schoolbesturen een relatief hoog bedrag op de ‘spaarrekening’ hebben staan, voor zover het gaat om bekostigingsgeld (publiek vermogen). Het gaat hierbij dus alleen om het publiek vermogen, niet om het privaat vermogen dat schoolbesturen soms uit andere bronnen verkrijgen dan de Rijksoverheid en de gemeente. Ten aanzien van dit publiek vermogen wordt het niet wenselijk geacht als dit wordt ‘opgepot’. Hiervoor is de laatste jaren wat meer aandacht gekomen door de Inspectie wordt nu een nieuwe formule voorgesteld. Hieronder geven we de formule weer, voor de financieel onderlegde lezer.

De Minister legt uit dat de signaleringswaarde het ‘normatief eigen vermogen’ weergeeft, maar dat het goed mogelijk is dat instellingen allerlei redenen kunnen hebben om toch hogere reserves te hebben. Die flexibiliteit is temeer belangrijk omdat er nu een éénduidige formule is gekomen voor alle sectoren (van PO tot WO), waar de Inspectie tot nu toe een formule hanteren die voor elke onderwijssector specifiek was.

Maar hoe dan ook: voor elk bestuur is het nu noodzakelijk om hun reserves tegen het licht te houden. De Inspectie zal deze nieuwe signaleringswaarde al toepassen op de jaarrekeningen 2019. De Minister kondigt aan dat er een verplichting komt – vanaf de jaarrekening 2020 – om een verantwoording in het jaarverslag op te nemen wanneer de reserves boven de signaleringswaarde liggen.

De Inspectie zal geïnteresseerd kennisnemen van deze verantwoording, en kan hierover in gesprek gaan met het bevoegd gezag. Uitgangspunt is wel, zoals gezegd, dat een bevoegd gezag allerlei legitieme redenen kan hebben voor een hogere reserve. Maar als het gesprek toch niet naar tevredenheid (vande Inspectie) verloopt, kan zo’n gesprek vanaf 2024 uiteindelijk tot handhaving leiden.

Voor besturen in het po, vo, mbo, hbo en wo is de formule:

(0,5 × aanschafwaarde gebouwen × 1,27)
+ boekwaarde resterende materiële vaste activa
+ (omvangafhankelijke rekenfactor × totale baten)

Omvangafhankelijke rekenfactor:

  • 0,05 voor besturen met totale baten groter dan of gelijk aan € 12 miljoen
  • onder de € 12 miljoen loopt de rekenfactor geleidelijk op van 0,05 tot uiteindelijk 0,1 bij besturen met totale baten van € 3 miljoen
  • voor besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen wordt geen rekenfactor toegepast, maar een vaste risicobuffer van € 300.000,-
Mr. drs. J. (Jaco) van den Brink
Advocaat
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

11 juli 2020

Uitbreiding instrumenten Ministerie en Inspectie

Vanuit diverse wetsvoorstellen komen de laatste maanden op allerlei wijzigingen naar voren die de Inspectie van het Onderwijs meer handhavingsmogelijkheden geven. Het zijn instrumenten op verschillende, kleinere en grotere terreinen, die daardoor niet in één samenhangend overzicht worden gepresenteerd. Het is echter zinvol om deze wijzigingen ook eens samen op een rij te zetten.

Lees verder
11 juli 2020

Motie invoeren acceptatieplicht

In het kader van het racismedebat is door onder meer de Tweede Kamerleden Marijnissen (SP) en Asscher (PvdA) een motie ingediend op 2 juli om alle scholen te verplichten alle gezinnen te accepteren die de grondslag respecteren. Dit zou belangrijk zijn om segregatie in de samenleving tegen te gaan.

Lees verder