Het Cornelius Haga Lyceum

15 november 2019
Minister Slob heeft in oktober 2019 een besluit genomen dat nog niet eerder in de voorbije eeuw van Nederlandse geschiedenis is vertoond: vooralsnog is besloten de bekostiging stop te zetten van een instelling voor bijzonder voortgezet onderwijs. Het inmiddels bekende islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. In deze bijdrage enige onderwijsrechtelijke toelichting en commentaar.

Het besluit is een vervolg op een eveneens historische aanwijzing: er moest een nieuwe bestuurder worden aangesteld met vertrek van de bestaande bestuurders.

De ‘aanwijzing’ is een instrument voor de Onderwijsminister (geregeld in de onderwijswetten), waartoe de Minister bij uitzondering en in geval van ernstige en hardnekkige misstanden kan overgaan. Het kan verschillende maatregelen inhouden waar het bestuur dan toe wordt verplicht – de meest ingrijpend denkbare maatregel is wel het vervangen van het bestuur van een bijzondere school.

Zeker bij een school op religieuze grondslag is dit ingrijpend. Met name ook nu de gestelde misstanden vooral inhielden dat de school werd geacht onwenselijke opvattingen in het kader van burgerschap te doceren. Ingrijpend ook, waar het gevolg van de aanwijzing was dat een niet-islamitische bestuurder moest worden aangesteld.

De vraag rijst of dit nog wel acceptabel is binnen de grenzen van de onderwijsvrijheid van art. 23 Grondwet. Maar zonder kennis van de precieze achtergrond van de maatregelen is dat niet te beoordelen. Als er daadwerkelijk sprake was van een cultuur of relatie die de vreedzame rechtsstaat ondermijnde, dan kan dergelijk ingrijpen geboden en gerechtvaardigd zijn. En het Ministerie van Slob zal ongetwijfeld niet lichtvaardig tot deze maatregelen zijn overgegaan.

Hoe dan ook, de school voert nog de nodige procedures om de maatregelen door de rechter te laten toetsen. Het laatste woord is dus nog niet gesproken. En verder is het nog geen 1 december, dus wellicht zal de school de vervanging van het bestuur tegen die tijd geregeld hebben (men leek hiertoe wel voornemens te zijn), waardoor de bekostiging alsnog kan doorlopen.

Deze maatregel lijkt overigens wel een symptoom van een cultuurverandering. Er is duidelijk meer argwaan dan voorheen richting conservatieve islamitische organisaties; dat is met name begrijpelijk wanneer er banden zijn met bepaalde regimes. Maar ook blijkt duidelijk dat het relativisme voorbij is: men ziet liever geen groeperingen die teveel afwijken van ‘Nederlandse waarden’. Vandaar ook de sterk toegenomen nadruk op burgerschapsonderwijs. Die nadruk komt ook in meerdere wetsvoorstellen tot uiting, zoals het Wetsvoorstel Burgerschapsonderwijs (ligt nog bij de Tweede Kamer) en het Wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen (ligt nu bij de Eerste Kamer).

Voor het reformatorisch onderwijs laat dit de roeping zien om enerzijds beginselvast te blijven, en anderzijds te laten zien dat juist dit christelijk beginsel goed is voor de samenleving.

Auteur: Mr. drs. J. van den Brink, BVD Advocaten

drs. R. A. (Rein) van der Garde
Coördinator bestuurlijk-juridisch advies
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

29 februari 2020

Regioavonden VBSO – Present en Personeelsbeleid

Identiteitsgebonden personeelsbeleid vraagt blijvende aandacht. Als VBSO denken we u hierin graag met u mee. Tevens gaan we graag in gesprek met u over wat we als besturenorganisatie doen en verder voor u kunnen betekenen. We nodigen u uit voor onze regio-avonden.

Lees verder
28 februari 2020

Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

De Tweede Kamer heeft eindelijk ingestemd met het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Met de WBTR beoogt de overheid de kwaliteit van het bestuur en het toezicht van de rechtspersonen vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij in de semipublieke sector te verbeteren.

Lees verder