Gevraagd: reactie op wetsvoorstel aanpassing artikel 23

3 juni 2021
Binnenkort wordt een wetsvoorstel ingediend over de 'acceptatieplicht'. Dat betekent: scholen moeten alle kinderen accepteren waarvan ouders de grondslag respecteren. Het toelatingsbeleid dat de VBSO-scholen hanteren, is dan niet langer toegestaan. U kunt nu uw mening hierover laten horen via de internetconsultatie.

Al gedurende verschillende kabinetsperiodes de afgelopen jaren is er een groeiend aantal partijen dat voorstander is van de acceptatieplicht. De PvdA-fractie had al jaren dit initiatief-wetsvoorstel gereed liggen. Er is gewacht met indienen, vermoedelijk doordat vanwege coalitie-afspraken er geen meerderheid voor leek te zijn. Eind 2020 gaf de PvdA aan dat ze het alsnog indieningsgereed gaan maken – dat had natuurlijk met de verkiezingscampagne te maken, en verder werd de discussie over de identiteitsverklaringen als gelegenheid aangegrepen.

De indieners zullen na de consultatie in hun memorie van toelichting kort reflecteren op de consultatiereacties. Vervolgens schrijft de Raad van State zijn advies, waarna het op de Tweede Kameragenda kan komen. Opvallend aan dit wetsvoorstel is dat het een grondwetswijziging betreft. Dat betekent dat er nu eerst in het parlement gestemd wordt over de vraag: moeten we deze grondwetswijziging overwegen, om hierover na de verkiezingen definitief te besluiten? Dus nu moet er een gewone meerderheid voor zijn, maar na de volgende verkiezingen een tweederde meerderheid in beide Kamers.

Principiële stap

Het gaat dus om een aanpassing van artikel 23. Partijen als D66 en VVD hebben het standpunt ingenomen dat een grondwetswijziging voor de acceptatieplicht niet nodig is. Volgens hen is daarvoor voldoende om artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling aan te passen en kan dit binnen de huidige kaders van artikel 23 van de Grondwet.

De insteek van dit voorstel – als grondwetswijziging – laat zien dat het als een principiële stap wordt gezien. Men wil markeren dat artikel 23 niet langer in de eerste plaats de vrijheid van scholen waarborgt, maar dat het de zorg van de overheid voor gelijke kansen voorop moet stellen. Daarom worden de volgende bepalingen voorgesteld:

“1. Ieder kind heeft recht op onderwijs. De wet stelt regels ter bevordering van de kansengelijkheid in het onderwijs.

  1. Ten aanzien van het (…) onderwijs stelt de wet regels ter bevordering van de gelijke kansen van kinderen, de ontplooiing van hun persoonlijkheid alsook kennis van en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.
  2. Het bijzonder (…) onderwijs, dat aan de bij of krachtens de wet te stellen voorwaarden voldoet en dat op gelijke voet 2 toegankelijk is voor alle kinderen die de grondslag van de onderwijsinstelling respecteren, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd.”

De mogelijke gevolgen van het wetsvoorstel zijn daarom breder dan de acceptatieplicht. Het kan, menselijkerwijs gesproken, ook de weg vrijmaken voor meer maatregelen om uiteindelijk de identiteit van scholen, waar ‘nodig’, te verbreden. Er spreekt een bepaalde achterdocht uit tegen het vasthouden van een specifiek-christelijke identiteit die heel de schoolcultuur doortrekt: zorgt dat niet voor wereldvreemde kinderen? Krijgen die dan wel respect voor andere burgers? En krijgen ze allemaal wel genoeg kansen om zich te ontplooien, nu op deze scholen veel nadruk ligt op waarden van huwelijk en gezin, en gehoorzaamheid aan God?

Hoofdpunten reactie VBSO / VGS

Als VBSO hopen we samen met de VGS op deze internetconsultatie te reageren. We denken aan de volgende punten:

  • Gelijke kansen voor kinderen: daar staan wij achter! Van belang is wel om dit in context te zien: wat zijn dan factoren waarvan we niet willen dat deze van invloed zijn op hun latere kansen? Als het gaat om welvaarts- of opleidingsniveau van ouders: onze scholen zijn juist op dat punt heel gemêleerd en we proberen ervoor te zorgen dat kinderen op dit punt zoveel mogelijk gelijke kansen hebben. Waar het gaat om segregatie van kinderen met een migratieachtergrond: ook daarvan blijkt dat de scholen met gesloten toelatingsbeleid (dat is slechts 3-5% van het totale scholenbestand) hier vrijwel niet aan bijdragen. Kortom: vanuit het oogpunt van gelijke kansen voor alle kinderen is er in de praktijk geen enkele noodzaak om de acceptatieplicht in te voeren.
  • Het gesloten toelatingsbeleid is voor onze scholen van belang om het onderwijs bij de opvoeding te laten aansluiten. Zo kan de school een ‘waardengemeenschap’ zijn rond de Bijbelse waarden en normen, waarbinnen de kinderen op hoop van zegen worden gevormd vanuit een éénduidige levensvisie. Dat kan hen helpen om in de maatschappij te staan, ook met een positieve bijdrage. Natuurlijk moeten kinderen ook met andersdenkenden in aanraking komen. Maar de vraag is of de school, waar kinderen gevormd moeten worden, daar de juiste plek voor is.
  • Dit beleid is ook van belang om de schoolidentiteit te blijven vasthouden. Met een meer gemengde populatie kan door de ouderinvloed (adviesraad) de identiteit verbreden, en ook in de klas en op het plein wordt een gemengde groep kinderen anders benaderd dan een qua identiteit homogene groep kinderen.

Reageert u ook?

Ook voor u is het mogelijk om uw mening in te dienen op de internetconsultatie. Dat kan ook heel kort, in een paar zinnen. Reageren kan uiterlijk D.V. 10 juli. We roepen u graag op om hiervan gebruik te maken en onze stem te laten horen!

Mr. drs. J. (Jaco) van den Brink
Onderwijsadvocaat
Stel een vraag
A.R. (Arno) Bronkhorst MME
Bestuurder
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

18 juni 2021

Kwaliteitscertificering Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum verlengd

Na onderzoek door certificeringsinstelling CIIO heeft de Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum opnieuw verlenging van het ISO 9001-2015 certificaat verkregen voor de periode van drie jaar.

Lees verder
18 juni 2021

Slob: Veiligheid leerling uiteindelijk bepalend

Als de identiteit en voorschriften van de school botsen met de identiteit en de gelijkwaardigheid van leerlingen, ‘dienen we onverkort voor de leerlingen te gaan staan.’ De veiligheid van leerlingen – ook van transgender leerlingen – ‘moet uiteindelijk bepalend zijn.’

Lees verder