Gevolgen nieuwe wet voor schoolbestuur

29 januari 2021
Om de integriteit schoolbesturen te bevorderen, treedt per 1 juli 2021 de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. In dit nieuwsbericht leest u de belangrijkste gevolgen voor het bestuur van stichtingen en verenigingen.

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) is bedoeld om voor verenigingen en stichtingen meer algemene eisen te stellen aan de inrichting van bestuur en toezicht. In het Burgerlijk Wetboek komen extra bepalingen om, kort gezegd, integer bestuur te bevorderen. Het is vooral bedoeld om misstanden bij organisaties met een maatschappelijke taak zoveel mogelijk te voorkomen.

Het wetsvoorstel heeft lang in het parlement gezworven, maar werd uiteindelijk in het afgelopen najaar door de Eerste Kamer aangenomen. Per 1 juli 2021 treedt de wet in werking.

Integriteit schoolbesturen

De wet heeft een aantal gevolgen voor het bestuur van stichtingen en verenigingen, waarvan ik hieronder de belangrijkste benoem. Zeker als u een statutenwijziging om andere redenen overweegt, is het van belang om hierover advies te vragen, omdat er ingevolge deze wet dan ook andere punten geactualiseerd moeten worden.

In het algemeen is de wet echter ook een signaal van de grote maatschappelijke aandacht voor de integriteit van schoolbesturen, zoals dat bijvoorbeeld ook blijkt in de vernieuwde Code Goed Bestuur PO. Zo is het nu in de wet opgenomen dat bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen zich in alles “moeten richten naar het belang van de vereniging/stichting en de met haar verbonden … organisatie”.

Belangrijkste aandachtspunten:

  1. Besturen met een DB/AB-bestuursmodel: bestuurders moeten in hun functie van uitvoerend bestuurder of toezichthoudend bestuurder worden benoemd. Dus op het moment dat de ledenvergadering de bestuursleden kiest. Daarbij komt: volgens de nieuwe Code Goed Bestuur mag een toezichthoudend bestuurder niet vervolgens uitvoerend bestuurder worden.
  2. Besturen met een DB/AB-bestuursmodel: alleen de toezichthoudend bestuurders maken de voordracht voor een bestuursbenoeming.
  3. Een bestuurslid of toezichthouder met een tegenstrijdig belang mag niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over een bepaald onderwerp. In het verlengde hiervan (ook wel vanzelfsprekend): wanneer aan de uitvoerende bestuurders een bezoldiging wordt toegekend, wordt hierover alleen beraadslaagd en besloten door de toezichthouders.
  4. Het bestuur (of Raad van Toezicht) kan een bestuurder altijd schorsen, als dat noodzakelijk is.
  5. De aansprakelijkheidsregeling voor bestuurders bij een faillissement wordt licht verruimd. Ik benoem dit vooral om aan te geven dat het geen reden tot zorg is: de norm is die van ‘onbehoorlijk bestuur’, en daarvan is alleen sprake bij evident onverantwoordelijk omgaan met het vermogen. Er zijn vrijwel geen voorbeelden van dat de rechter dit uitsprak in het onderwijs.

Vragen, advies of meer informatie? Neem gerust contact op!

Mr. drs. J. (Jaco) van den Brink
Onderwijsadvocaat
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

18 juni 2021

Kwaliteitscertificering Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum verlengd

Na onderzoek door certificeringsinstelling CIIO heeft de Stichting Ds. G.H. Kerstencentrum opnieuw verlenging van het ISO 9001-2015 certificaat verkregen voor de periode van drie jaar.

Lees verder
18 juni 2021

Slob: Veiligheid leerling uiteindelijk bepalend

Als de identiteit en voorschriften van de school botsen met de identiteit en de gelijkwaardigheid van leerlingen, ‘dienen we onverkort voor de leerlingen te gaan staan.’ De veiligheid van leerlingen – ook van transgender leerlingen – ‘moet uiteindelijk bepalend zijn.’

Lees verder